De intensieve samenwerking tussen diederendirrix, het bouwteam en de opdrachtgever aan de museumuitbreiding van het Van Gogh Village in Nuenen, noemt directeur Simone van der Heiden zeer geslaagd. “De tot in perfectie uitgevoerde details, de aardse kleuren, zorgvuldige materiaalkeuzes en de gelaagdheid, alles samen ademt Vincent van Gogh. Ik vind het elke dag een feest om naar mijn werk te gaan”, zegt ze. Werknemers, vrijwilligers en bezoekers denken er net zo over.
Het Van Gogh Village Museum, gevestigd in het monumentale raadhuis in Nuenen, was te klein geworden en toe aan vernieuwing. “Je kunt dit museum niet zomaar naar een andere plek verplaatsen, weet Simone van der Heiden, directeur van Van Gogh Village Nuenen, omdat Vincent van Gogh onlosmakelijk is verbonden met het dorp en de omgeving. Er is geen plek op de wereld waar zoveel van en rondom de schilder te zien is. Nuenen is één groot openluchtmuseum.” Daarom was het een eenmalige, unieke kans: naast het museum mocht de kleine braakliggende kavel, waar ooit twee langskapboerderijen stonden, worden gebruikt voor de museumuitbreiding. Op deze plek realiseerde diederendirrix een iconisch monument van deze tijd, pal tegenover de pastorie waar Van Goghs met zijn ouders heeft gewoond.
“In de uitvraag aan drie architectenbureaus kozen we unaniem voor diederendirrix, vertelt Van der Heiden. “De architecten hebben veel ervaring met monumentaal erfgoed en met de beleving in bijzondere gebouwen, zoals ze eerder bewezen met Domus Dela in Eindhoven. Ze hadden zich vooral grondig verdiept in Van Goghs Nuenense periode en hebben dat gelaagd en tot in de details doorgevoerd. Dat is indrukwekkend”, zegt ze. “Dat weerspiegelt zich in het gebruik van aardse kleuren, lokale materialen, zoals populierenhout – de boom die Van Gogh hier ook schilderde – en de bijzondere keramische dakpannen op de gevel, waarvan de tinten verwijzen naar de kleuren die Van Gogh gebruikte. De muren zijn met een speciale ambachtelijke stuctechniek behandeld, waardoor ze als grove penseelstreken aanvoelen, en de betonnen vloeren vertonen op diverse plekken bewust scheuren, als verwijzing naar de stampleemvloeren van weleer die bij het drogen barstten.”
Raam als Van Gogh-schilderij
Een ander bijzonder detail is het enorme raam dat uitkijkt op Van Goghs voormalige woning aan de overkant, waar de dertigjarige schilder in 1883 twee jaar lang, geïnspireerd door het dorpse leven van de boeren, wevers en arbeiders, een kwart van zijn oeuvre schilderde, waaronder het meesterwerk ‘De aardappeleters’. Het raam fungeert als een modern schilderij. “Zo ontstaan constant verbanden tussen verleden en heden. Alles voelt als Vincent, en dat ervaar je nog steeds zodra je het museum binnenkomt”, zegt de directeur.
Ook over de vormgeving, waarmee diederendirrix een verbinding legt met de omgeving, is Van der Heiden enthousiast. De oude deeldeuren van de langskapboerderijen komen in een eigentijdse variant terug in de entree, die het gebouw met een sierlijke boog opent naar het dorp. Glas en doorkijkjes zorgen voor een relatie met de omgeving en passanten; het geeft het gebouw een uitnodigend karakter, met Brabantse gastvrijheid.

Het raam dat uitkijkt op de voormalige woning
Foto: Ossip van Duivenbode
Voortdurende uitdaging
Alles is gerealiseerd dankzij de kracht van samenwerking, is de overtuiging van de museumdirecteur. “We hebben elkaar op een positief opbouwende manier uitgedaagd om binnen het budget, het beste en mooiste te maken. We waren open en stimuleerden elkaar om net dat stapje extra te zetten.” Dat geldt ook voor de samenwerking met de opdrachtgever, Van Gogh Sites Foundation, en het bouwteam van Banbouw. “We zochten voortdurend samen naar materialen en oplossingen, zoals naar geschikte én betaalbare keramische dakpannen voor de façade. Maar ook hoe je met kleine details een nieuw gebouw realiseert dat respect toont voor het monumentale pand: niet door te overheersen, maar door elkaar te versterken. Iedereen wilde tot de laatste details alles perfect afgewerkt zien.”
Sleutelrol voor kennisdelen
Daarbij werd optimaal gebruikgemaakt van elkaars kennis: het museumteam weet hoe bezoekers zich gedragen en bewegen, diederendirrix is expert in detaillering, en de projectleider en uitvoerder speelden een sleutelrol in het vinden van praktische oplossingen. “We zijn allemaal trots dat het honderd procent is gelukt”, zegt de directeur. “Dat we zo als team hebben geopereerd, heeft een belangrijke rol gespeeld in het winnen van de Publieksprijs BNA Beste Gebouw van het Jaar 2024.”
“Het is elke dag een feest om het museum te betreden, of je nu de directeur bent, een werknemer, vrijwilliger of bezoeker”, vindt Van der Heiden. “De goede samenwerking heeft extra aandacht, beleving, openheid en sfeer gebracht; dat voel je door het hele gebouw.” De veelzeggende cijfers benadrukken dat succes: de opening van het nieuwe gebouw in 2023, zorgde voor een sprong van 18.000 naar 50.000 bezoekers per jaar, en de groei houdt aan.
Geschreven door: Viveka van de Vliet